Verhalenprijsvraag winter 2014/2015 van Stichting Dr. Alam Darsono


Om het schrijven door blinden en slechtzienden te stimuleren organiseerde Stichting Dr. Alam Darsono een verhalenprijsvraag.
Voor deze prijsvraag konden verhalen of andere teksten worden ingezonden die beginnen met de zin:
"Hoe lang bent u al zo?" of
"Hoe lang hebt u het al?".
Ook konden teksten worden ingezonden naar aanleiding van deze vragen.
De inzendingen moesten op 20 maart 2015 binnen zijn.
Op 30 mei 2015 is het juryrapport voor publicatie op deze website aangeboden. Het luidt als volgt:

Juryrapport Verhalenprijsvraag Stichting Dr. Alam Darsono


Om het schrijven door blinden en slechtzienden te stimuleren heeft Stichting Dr. Alam Darsono in de winter van 2014 / 2015 een verhalenprijsvraag georganiseerd. Voor deze prijsvraag konden verhalen of andere teksten worden ingezonden die begonnen met de zin: "Hoe lang bent u al zo?" of "Hoe lang hebt u het al?" Ook konden teksten worden ingezonden naar aanleiding van deze vragen. Het ging om verhalen van klein tot groot, waar gebeurd, gedroomd of gewoon verzonnen. Er gold geen beperking voor het aantal woorden. Wel moest het aantal gebruikte woorden passen bij het verhaal.
De oproep werd gepubliceerd in december 2014 in het tijdschrift Pointe en stond ook in het gesproken periodiek ‘Moet je horen’.
Er was een geldprijs aan verbonden van 150 euro. Daarnaast zouden eervolle vermeldingen kunnen worden toegekend.

Uiteindelijk kwamen 10 inzendingen binnen, die geanonimiseerd zijn beoordeeld door de driekoppige jury, t.w.: Frieda Wassenberg (Nijmegen), Roel van Houten (Arnhem) en Elly Roozenburg (Rijnsburg).

Winnaar


De jury koos na rijp beraad, als winnend verhaal, het verhaal met de titel "Succes zit soms in een klein flesje" van de hand van Martin Doorn.

Rapport


De jury heeft met veel plezier het tiental verhalen gelezen dat werd ingezonden naar aanleiding van de oproep in Pointe en ‘Moet je horen’. De juryleden waren onder de indruk van het plezier, enthousiasme en doorzettingsvermogen waarmee de auteurs zich geworpen hadden op deze uitdaging.
Het maken van een keuze was niet gemakkelijk, maar uiteindelijk sprong "Succes zit soms in een klein flesje" er toch uit.

Inhoud


De hoofdpersoon, de oudere vrijgezel Gerard, is op zoek naar een middel tegen roos. De verkoopster die hem helpt, begint met de vraag "Hoe lang hebt u het al?", ze geeft hem een nieuw product, en suggereert hem en passant ook eens een andere aftershave te proberen. Hij gaat daar op in en krijgt een speciale korting.
Gerard neemt daarop de kans waar om haar uit te nodigen voor een etentje. Zo gezegd zo gedaan. Zij belooft hem na afloop dat hij een volgende keer bij haar thuis kan komen ‘voor een kopje koffie’, als hij een nóg beter geurtje aanschaft.
Gerard gaat op zoek naar het prijzige merk dat zij noemt, vindt het geurtje en ja, eind goed al goed.

Commentaar van de jury


Wat de jury aansprak in dit verhaal is de manier waarop de onhandigheid van de vrijgezelle hoofdpersoon, Gerard, beschreven wordt, zijn verlegenheid en zijn onzekerheid. De verkoopster lijkt een slimme tante die daar handig gebruik van maakt. Terwijl Gerard in het restaurant op haar zit te wachten, bekijkt hij zijn flesje Spa, en peinst dat de mensheid belazerd wil worden. Als de geurtjesdame hem dan uitstuurt op een nog veel duurdere aftershave, met de belofte van een nacht in haar gezelschap, verwacht de lezer dat zij hem dus belazert, maar het loopt heel anders. Zo stond de lezer dus op het verkeerde been. Leuke clou!
Het verhaal heeft geen enkele link met slechtziendheid (ook niet nodig volgens het reglement), of het moest zijn dat geuren er een prominente rol in spelen. Immers: wie slecht ziet, kan veel plezier hebben van een goede neus.

Eervolle vermeldingen


Enkele verhalen hebben naar het oordeel van de jury een eervolle vermelding verdiend. Deze verhalen zijn het waard om samen met het winnende verhaal in Pointe te worden gepubliceerd in door de jury aangegeven volgorde.

1. Het verhaal met de titel "Elk nadeel heb zijn voordeel", ook van de hand van Martin Doorn.
Hier is de ik-figuur een slechtziende man die gesnapt wordt tijdens het wateren in de tuin van ‘kolonel Riemersma’. De kolonel is boos, grijpt de ik (die zegt dat hij indertijd niet verder is gekomen dan korporaal) bij de lurven en zet hem in zijn kelder, met de mededeling dat hij daar drie dagen moet blijven. Hij brengt hem ter overleving nog een emmer, een fles water en een half brood.
De ik-figuur onderzoekt de stikdonkere kelder, die leeg is, op een verwarmingsketel na. Vervolgens bedenkt hij een vernuftig ontsnappingsplan. Het plan slaagt, en daarmee heeft de korporaal de kolonel verslagen!

De jury vindt het een heus, strak verteld, minutieus uitgewerkt griezelverhaal. Alle stappen die de ik-figuur zet om zijn plan ten uitvoer te brengen, kloppen. De lezer kan het heel precies volgen, zonder dat het saai wordt. De titel klopt met de rest. Immers, voor iemand die al heel slecht ziet, is het minder angstaanjagend om in een duistere ruimte opgesloten te worden.

2. Titel: "Schrijven, een harde stiel", van Julius Schellens.
De auteur van deze column houdt hier een kort en bondig betoog, maar niet over blindheid of slechtziendheid. Het gaat nu over de 'drang tot schrijven', die vaak helemaal niet zo prettig is: je moet er zelf uit zien te komen, hoe je omgaat met die drang en bovendien zorgt je omgeving er vaak voor, dat je er helemaal niet aan toe komt. Kortom: het blijft worstelen.

De jury vindt dit een overtuigend betoogje over de wens iets te scheppen, terwijl de hele wereld aan je trekt om eerst iets anders te gaan doen.

3. Titel: "Hoe lang bent u al zo?", van Herman Kleton.

De ik-figuur in dit verhaal vertelt hoe hij in zijn stamcafé wordt aangesproken door een jonge vrouw met een accent (blijkt Duits). Zij vraagt hem "Hoe lang bent u al zo?" Hij vindt dit een rare vraag. Later legt zij uit dat zij wel vaker stomme vergissingen maakt met het Nederlands. Ze heeft hem aangesproken omdat zij iemand zoekt om haar Nederlandse taal mee te oefenen. Ze zegt zich minder verlegen te voelen als ze niet wordt aangekeken. Haar vraag was bedoeld om vast te stellen of zij met een native speaker te maken had.

De jury vindt dit verhaal - met name inhoudelijk - heel leuk opgezet. Het verhaal zit goed in elkaar, met een heldere pointe. De schrijver weet het Duitse accent goed te treffen. De stijl is echter wat te zwaar aangezet, het taalgebruik is hier en daar wat overdreven 'quasi-deftig', wat niet zo goed bij de 'lichtheid' van het verhaal past.



naar Literair Wetenswaardigheden
naar Pointe
terug naar de beginpagina van de website